Vorig jaar, toen wij ons tentje opzetten op een camping waar we maar 1 nachtje zouden blijven, gingen de overburen er eens goed voor zitten. Als je kampeert ken je dat wel, van die mensen die pontificaal voor hun tent/vouwwagen/caravan gaan zitten en met een biertje in de hand uitgebreid gaat zitten kijken hoe nieuwkomers hun tent opzetten.
Omdat wij maar 1 nacht bleven haalden we niet de grote tent uit de auto, maar zetten we twee kleine tentjes neer. We passen daar met z’n vijven precies in. We waren op de terugweg dus we hadden de tentjes al een paar keer opgezet. Alles verliep soepel en geroutineerd. Iedereen had zijn taak, en binnen een uur stonden de tentjes strak, lagen de luchtbedden klaar en zaten we aan tafel te eten.
De overbuurvrouw, die had zitten kijken, liep na het eten naar ons toe. Ze had verbaasd zitten kijken hoeveel spullen wij uit de auto hadden getoverd: twee tenten, twee tafels, vijf stoelen, luchtbedden, slaapzakken, weekendtassen, pannen, borden, bestek en een kooktoestel. ‘Och’, zei ik zo nonchalant mogelijk, terwijl ik naar de auto wees, ‘dit is nog lang niet alles, we hebben de grote tent nog in de auto liggen’. De ogen van de buurvrouw werden groot van verbazing. Zelf waren ze met een vouwwagen op vakantie, en ik ving een glimp op van een luxe campingkeuken met gootsteen met stromend water en een lang werkblad.
Wij gaan heel ouderwets op vakantie, we proppen gewoon alles wat we nodig hebben in de auto (met dakkoffer) en we rijden weg. We zoeken een regio uit waar de zon schijnt en de kinderen zoeken onderweg in de campinggids een leuke camping uit. Onze kampeerspullen zijn ook ouderwets: een kooktoestel, paar pannen en een zak voor het water. Er gaat een olielamp mee en een paar zaklantaarns. Elektriciteit hebben we niet nodig, alleen voor het mobieltje en de Nintendo’s van de kinderen, die laden we op met een opvouwbare zonnecel. We zijn van alle gemakken voorzien, ik kan het echt niet primitief noemen, en toch hebben we niet zo heel veel spullen bij ons.
Ik las een keer een interview met een vrouw die een hotel runde langs een drukbezochte wandelroute ergens in Frankrijk. Sommige wandelaars bezweken bijna onder het gewicht van hun rugzak die vol zat met geavanceerde apparatuur en hi-tech kampeerspullen, terwijl anderen maar een paar kilo op hun rug hadden met eenvoudige spullen. ‘Het is niet wat je bij je hebt’ zei de vrouw, ‘maar waar je zonder kunt’.
En zo is het.