Bigger is better
Ik ben in het bezit van een dubieus boekje getiteld ‘Hoe vang ik een rijke man’. Het is geschreven door een ex-hoerenmadam en had ook als titel kunnen hebben ‘Hoe word ik een echte golddigger’. Voor wie geïnteresseerd is: het komt er op neer dat je moet fake it totdat you make it.
In dit boekje staan ook tips die wèl interessant zijn, zoals de tips over je huis. Want om een rijke vent te vangen moet je natuurlijk een ‘groot’ huis hebben, en wat nou als je klein woont? In een klein huis heb je snel de neiging om kleine meubels te kopen en overal kleine spulletjes neer te zetten. Dat is jammer, want juist in een klein huis lijkt het al snel rommelig.
Ik ben niet op zoek naar een rijke man, maar wel naar een groot huis. Daarom pas ik al jaren dit principe uit het boekje toe: bigger is better. Wat ik in de loop van de jaren heb geleerd:
- Een echt groots effect bereik je met grote meubels. Koop een paar strategische meubels, dus liever één grote tafel dan meerdere kleine tafeltjes. Liever één grote (hoek)bank dan twee kleintjes of losse stoelen.
- Houd de inrichting van je huis rustig: kies voor effen kleuren en vermijd drukke prints. Verf je muren in een lichte kleur. Eventueel kun je wel één muur een kleurtje geven, maar houd het rustig.
- Kies grote accessoires: geen kleine kussentjes maar een paar grote. Zet een enorme vaas met takken in de vensterbank. Hang een grote lamp aan het plafond. Kies liever één of twee grote planten dan een vensterbank vol met kleintjes. Hou je van kaarsen? Zet ze bij elkaar op een grote schaal.
- Heb je nog kleine rommeltjes die je toch graag in je kamer wilt zetten? Zet ze dan in een groep bij elkaar. Dat oogt rustiger. Of doe alles in een mandje en schuif dat onder je salontafel of zet het in de kast.

Ik had pas op internet foto’s gezien van ouderwets haakwerk, zogenaamde ‘granny squares’ en ik had op vakantie een haaknaald en een paar felgekleurde bolletjes katoen meegenomen. Ik kan niet zo goed haken, dus ik was lekker lang bezig met elk vierkantje. Ik heb er ongeveer dertig bij elkaar gehaakt, voor een sprei moet ik dus nog wel even doorhaken. De haaknaald ligt naast de bank, en als ik even niets te doen heb pak ik nu automatisch mijn haakwerk op. Niets doen is haken geworden. Inmiddels hoef ik er niet meer bij na te denken en is haken een heerlijk hersenloos werkje. Het is mijn versie van ‘even helemaal niets’.
