Ouders te beperkt in financiële opvoeding
Ouders bereiden hun kinderen onvoldoende voor op een financieel zelfstandig bestaan. ”De jongvolwassenen hebben dan nog onvoldoende geleerd een bepaalde periode met een vast budget om te gaan. Daardoor is de kans groot dat ze later financiële problemen krijgen.” Dat stelt het Nationaal Instituut Budgetvoorlichting (Nibud) naar aanleiding van een onderzoek onder 870 ouders met kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 18 jaar.
Zakgeld
”Ouders zijn wel bezig zijn met de financiële opvoeding van hun kinderen maar ze gebruiken de verkeerde tactieken. Zo geven ze wel zakgeld maar beginnen daar relatief laat mee en maken te weinig afspraken over wat er met het zakgeld gedaan moeten worden. Op die manier leert een kind niet met een beperkt budget omgaan”, aldus het Nibud.
Het instituut vindt ook dat ouders te weinig kleedgeld geven. Van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar krijgt gemiddeld 30 procent kleedgeld. ”En ouders die kleedgeld geven, gaan daar niet consequent mee om. Deze ouders betalen ook zelf nog voor de kleding van hun kinderen, terwijl de kinderen daar eigenlijk het kleedgeld voor moeten gebruiken.”
Mobiele telefoon
Hetzelfde geld voor belgeld, vindt het Nibud. Ze laten daar financiële opvoedkansen liggen. ”Zo hebben bijna alle jongeren tussen de 12 en 18 jaar een mobiele telefoon, maar betalen weinigen de kosten daarvan zelf. Zo’n 63 procent van de ouders met kinderen tussen 16 en 18 jaar betaalt mee aan de mobiele telefoon van hun kinderen.”
Het Nibud vindt dat voordat kinderen achttien worden, ze moeten hebben geleerd financiële beslissingen te nemen. ”Ze moeten kunnen sparen, een bepaalde periode met een beperkt budget kunnen omgaan en weerbaar zijn tegen allerlei verleidingen.”
Het onderzoek toont aan dat ouders vooral te beschermend zijn naar hun kinderen, waardoor de kinderen niet goed leren om financieel op eigen benen te staan.
Gemiste kans
Bijna 30 procent van de jongeren tussen 16 en 18 jaar heeft nog niets geleerd over internetbankieren en vindt ook een derde van de ouders met kinderen in deze leeftijdscategorie het niet goed als hun kind dat doet. ”Dat is een gemiste kans, aangezien het kind bijna financieel zelfstandig is en dan financieel aansprakelijk is.”
Bron: www.nu.nl


4 november, 2009 at 17:11
In mijn omgeving merk ik het ook, en voel me met mijn “financiele beleid” met mijn kinderen echt een buitenbeentje. Laatst was één van mijn vriendinnen er zo belangstellend over dat ik uitgebreid uit de doeken heb gedaan hoe mijn systeem in elkaar zit. Ze schrok: ze geeft haar kinderen (oudste bijna 11) al jaren alleen maar elke week een euro maar ze vergeet het ook steeds. Daar schrok ik nou weer van.
Mijn dochter van bijna 13 heeft een geweldig mooie, hippe jas gekocht van 1,5 keer haar bijelkaar gespaard maandbudget en heeft pas over een maand dus weer geld. Ik hoor haar niet zeuren, ze heeft de jas die ze wilde en rond kerst als ze nógmaals kleedgeld er bij heeft is het weer leuk om kleding te winkelen. Dat hebben we nu afgesproken.
Verder heeft ze me gevraagd iets voor haar te vermaken om toch nog wat extra’s toe te voegen aan haar garderobe: ik ben weer trots op haar!
4 november, 2009 at 21:25
Sinds ik het boekje Alles voor je kind van Erica Verdegaal heb gelezen ben ik het allemaal wel wat anders gaan bekijken.
5 november, 2009 at 08:47
Vertel eens Manuela, ik ken het boekje niet en ben nieuwsgierig.
5 november, 2009 at 09:07
@Manuela: ik vermoed het thema al, maar ik ben ook erg benieuwd
5 november, 2009 at 10:55
In de bib te leen, prima boek inderdaad. Alleen herinner ik me niet meer of het ook “puberteit” bestendig is. De druk van de “peers” om samen te gaan winkelen of naar de film te gaan is enorm. Gisteren somde mijn 15 jarige dochter op welke films ze allemaal al had gezien. Ja, een dvd huren kan ook, maar dan zijn de meiden thuis bij hun ouders in huis, en samen naar de bios is toch anders.
Ook vroeg mijn 19jairge zoon me bij te dragen aan zijn verjaarsfeest. Ik heb vorig jaar 170 euro meebetaald aan zijn eindexamenfeest en ben niet van plan dit jaarlijks te herhalen op verjaardagen. Maar het is moeilijk stevig in je schoenen te staan. Mijn kinderen leven zelf wel zuinig maar staan erg onder druk van hun “peers”. Wellicht zijn vrienden van mijn zoon al whiskey gewend op verjaardagen.
Zucht…
5 november, 2009 at 12:20
Naar de bios, winkelen of wat dan ook is ook natuurlijk niks mis mee. De vraag is alleen of je nou iedere week in de bios en McDonalds moet zitten en ook nog met een telefoon van 500 euro in je zak moet lopen, terwijl je geen clue hebt wat dat nou eigenlijk kost.
Wat mij betreft gaat het niet om het doen van leuke dingen of al die dure spullen, maar om het begrip schaarste en het vermogen keuzes te maken.
Het lijkt mij dat ouders er verantwoordelijk voor zijn dat aan hun kinderen te leren. Nee zeggen lijkt misschien onsympathiek, maar op de lange termijn is het dat dus niet.
5 november, 2009 at 13:47
@Arthur
Daar staan tips in dat je je niet gek moet laten maken door de maatschappij en je “ouder”gevoelens. Tips over hoe je je kind financieel op kan voeden. Een goede opmerking vond ik dat tegenwoordig mensen klagen dat kinderen zo duur zijn, terwijl men vroeger minder geld had en grotere gezinnen en de mensen minder klaagden. Ik kwam hem tegen bij de Kringloop en heb het doorgelezen en was wel nuttig. Alleen de tips betreft kinderen leren beleggen of een eigen bedrijf beginnen kon ik niet veel mee, maar dat komt, omdat ik er zelf geen kaas van gegeten heb en het eng vind. Waarbij de opmerking uit het boekje ouders met minder geld leren hun kinderen te gaan studeren om meer te verdienen in plaats van zaken doen wel uitkomt
5 november, 2009 at 16:28
@Maar Manuela, die laatste vond ik nu wel weer erg Amerikaans. Amerikanen houden van krullenjongens die met alleen lagere school een bedrijf van de grond af krijgen. In Nederland gaat het er toch wat anders aan toe.
Kijk maar naar het voorbeeld Scheriinga. Je kunt van mening verschillen over hoe de DSB crisis ontstaan is, maar Scheringa lag niet goed bij collega-bankiers, omdat hij van andere komaf was, niet al te veel opleiding had en niet de juiste plekken bezocht. Andere banken kregen wel staatssteun. Begrijp me goed, ik wil geenzins DSB verdedigen, ik had een bloedhekel aan die agressieve leenreclames, maar m.i. heeft de “gewone volksaard” van die bank en bankier in negatieve zin wel een rol gespeeld. Natuurlijk was er nog veel meer aan de hand.
In Nederland moet je een startkwalificatie hebben, en dat is minimaal Havo of MBO niveau 2. En zelfs dat is maar minnetjes. Vroeger overleden er ook kinderen in grote en kleine gezinnen (mijn beide ouders hebben jong overleden of doodgeboren broertjes en zusjes) en leefde men van de ene dag in de andere. Ging men niet zelden voor het 60e jaar al dood. Voor het opbouwen van de economie vond men het na de oorlog toch belangrijk om de levensduur, de volksgezondheid en het opleidingsniveau op te krikken. Ik heb het boek jarengeleden gelezen, maar vond dit wel wat makkelijk en/of kort door de bocht.
@Arthur, wees gerust, mobiels van 500 pegels heeft niemand hier in huis:-0
6 november, 2009 at 10:31
In tegenstelling tot het NIBUD ben ik er helemaal geen voorstander van om kinderen al heel jong zelfstandig de verantwoordelijkheid voor geld te geven. Kinderen moet spelen en onbezorgd kunnen zijn. Toen onze kinderen klein waren leerde ik ze de basis van het sparen door ze niet aldoor alles te geven. Ik kon rustig met 3 kinderen een uur in een speelgoedwinkel zijn zonder iets te kopen en zonder gezeur. Er werd dan gekeken naar van alles, zodat het op het lijstje geplaatst kon worden voor Sinterklaas of een verjaardag. Basisdingen om te knutselen of een fiets o.i.d en kleding die kwamen er gewoon op het moment dat ze nodig waren. Ook dat eeuwige gesnoep en eten in de stad deden wij niet aan mee. Een enkele keer een ijsje was dan ook een feest.
Vanaf een jaar of 12 kregen de kinderen hier maandelijks een bedrag aan zakgeld. Dit was voor een keer iets extra’s op school of om met vrienden iets te doen en cadeautjes voor de gezinsleden. Als ik het zou omrekenen naar het nu dan zou dat in deze tijd een bedrag zijn van ongeveer €20,- per maand.
Vanaf 16 jaar kregen ze bij ons een ander bedrag. Omdat de groei er dan een beetje uit is vonden wij dat een goede leeftijd om te beginnen met kleedgeld. Ook werd er dan een bankrekening geopend met pinpas en aanhangende spaarrekening waarop het maandelijkse bedrag werd gestort. We hebben nu nog 1 kind waarvoor dit aan de orde is. Onze zoon van 17 jaar krijgt €130,- per maand. Dit is zakgeld (ook voor cadeautjes), kleedgeld ( hij heeft volwassen maten), geld voor de telefoon, voor benzine en olie voor de scooter en het abonnement(onbeperkt sporten) op de sportschool. Wij doen niet aan voorschotten en lenen. Dit is het en daar doen ze het mee. Wij hebben nog nooit een klacht gehad.
Onze oudste zoon had in die tijd duidelijk meer geld nodig omdat hij van uitgaan hield. Hij is toen bij de supermarkt achter de kassa gaan zitten. Alle drie de kinderen hebben nooit geld gebrek gehad. Ze kunnen ook alle drie sparen. Ook de 2 oudsten die inmiddels studeren en zelfstandig wonen. Mijn dochter kocht laatst in minder ruimte innemende platte televisie van het geld dat ze had weten over te houden. Onze oudste zoon heeft recent zijn motorrijbewijs gehaald en zelf betaald.
Als je volgens mij zelf een “doe maar gewoon” manier van leven hebt, breng je dat ook over op je kinderen en hoef je niet bewust financieel op te voeden. Je spullen onderhouden, zuinig zijn op wat je hebt en er lang mee doen wordt dan heel gewoon. Wij hebben ze overigens wel bewust geleerd dat je beter iets duurzamers van een betere kwaliteit kunt kopen dan veel “made in China” producten.
6 november, 2009 at 16:21
@konijn1:
Toen ik in de jaren ‘90 studeerde was er altijd een ‘pot’ op studentenfeestjes waar men een vrijwillige bijdrage in kon doen. Dit was meestal genoeg om de kosten te dekken, dus het lijkt me niet nodig om de feestjes van je zoon te blijven sponsoren. Als hij zich graag uitslooft voor zijn vrienden, kan hij beter een baantje zoeken.
8 november, 2009 at 14:44
@Yvonne, dat is inmiddels ook gebeurd, op die wijze, niet met een pot, met maar envelopjes.
Over de veiligheid en onveiligheid van baantjes in een crimineel stadsdeel met 22 schietincidenten en 3 doden in enkele maanden, heb ik geloof ik al genoeg geschreven.
Hij heeft een baan, maar niet in winkels of in kranten/folderbezorging. Veiligheid is ons heel veel waard. Nadat we bemerkt hebben hoe belangrijk dat is, door schande en schade..